OPROEP AAN GEMEENTEN:

Omvang van zero-emissiezones moet sneller worden vastgesteld

Vanaf 2025 treden er in 27 gemeenten en op Schiphol steeds meer zero-emissiezones in werking. In een zero-emissiezone geldt er een toegangsverbod voor bestel- en vrachtwagens die CO2 uitstoten. Daarbij geldt een overgangstermijn voor Euro 5 en 6-voertuigen. Bedrijven moeten daarom op relatief korte termijn hun bedrijfswagens elektrificeren of hun logistiek anders inrichten om de stadscentra in te kunnen. En dat levert flinke uitdagingen op. We leggen Emma van Bree (ministerie van I&W) de belangrijkste dilemma’s voor. 

Maar eerst, waar gaat het eigenlijk over? Dat zit zo: in de zero-emissiezones zijn nieuwe bedrijfsvoertuigen vanaf 2025 alleen nog welkom als ze uitstootvrij rijden. Euro 5-bestelauto’s mogen nog doorrijden tot 1 januari 2027 en Euro 6-bestelauto’s tot 1 januari 2028. Voor vrachtauto’s gelden er uitzonderingen tot 1 januari 2030. Daarna zijn alleen batterij-elektrisch, waterstof en hybride (mits aantoonbaar gemaakt kan worden dat er zonder uitstoot in de zone wordt gereden) in een zero-emissiezone toegestaan. Het doel is om met 30 tot 40 zero-emissiezones totaal 1,0 megaton CO2-besparing per jaar te behalen. De zero-emissiezones maken deel uit van het Klimaatakkoord waarin bedrijven, overheden en kennisinstellingen samen hebben afgesproken om de stadslogistiek efficiënter en duurzamer te maken. 

Versnellingsgroep deelt kennis voor verduurzamen bedrijfswagens
De huidige uitdaging voor een versnelde overgang is met name het beperkte aanbod van de elektrische bedrijfswagens en daardoor lange levertermijnen. Daarnaast helpt het bedrijven als bij de afkondiging van de zero-emissiezones direct wordt aangegeven wat de exacte omvang van de zones zullen zijn. Binnen de Coalitie Anders Reizen is een werkgroep met 15 bedrijven aan de slag om van elkaar te leren omtrent de elektrificatie van bedrijfswagens. Hierbij worden best practices gedeeld en knelpunten geadresseerd. Onlangs nodigde de werkgroep Emma van Bree, werkzaam bij het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat, uit voor een kennissessie. Hoe geven overheden de zero-emissiezones vorm? Wie heeft welke rol? En hoe lossen we de knelpunten op in de totale overstap naar emissieloos rijden?

Een uniforme landelijke aanvraagprocedure voor ontheffing
Gemeenten geven met het uitroepen van zero-emissiezone een duidelijke boodschap af. Vanaf 2025 is er steeds minder ruimte in de stad voor bedrijfs-en vrachtwagens die CO2 uitstoten. In het begin zijn er nog wel landelijke uitzonderingen. Zo mogen bestelauto’s die op Euro 5 brandstof rijden tot eind 2026 de zones betreden en Euro 6 mag tot eind 2027 de stad in. Bedrijven die de overstap naar emissieloos rijden niet kunnen maken, moeten per gemeente een ontheffing aanvragen. Een flinke administratieve taak voor landelijk opererende bedrijven. Emma van Bree: “Gemeenten bepalen zelf hoe groot een zero-emissiezone wordt en hoe een aanvraag voor een ontheffing wordt beoordeeld. Gemeenten kunnen ook verschillende aanvraagprocedures hanteren.” In de werkgroep van Anders Reizen klinkt de oproep aan het ministerie van I&W om te komen met één uniforme landelijke aanvraagprocedure. “De zorgen over de aanvraagprocedures zijn begrijpelijk”, merkt Emma op, “I&W kijkt daarom samen met gemeenten naar een oplossing. We willen een landelijk loket inrichten waar je met één druk op de knop de ontheffingsaanvraag voor meerdere gemeenten aanvraagt. Tegelijk zien we dat steeds meer bedrijven in de stad zich inzetten voor emissieloos rijden, waardoor de vraag is hoeveel er gebruik gemaakt gaat worden van de ontheffingen.”

Dia2.jpg

Bedrijven willen duidelijkheid omvang zero-emissiezones
Van de 27 gemeenten en Schiphol die overgaan op een zero-emissiezone hebben er 9 de omvang van het gebied nog niet vastgesteld, waaronder Amsterdam, Amersfoort en Almere. Kiezen gemeenten ervoor om de zero-emissiezone te beperken tot het stadscentrum? Of betrekken ze ook de industrieterreinen erbij? “Gemeenten moeten 4 jaar vóór het ingaan van de zero-emissiezone de invoer aankondigen. De omvang van de zones dienen gemeenten ongeveer een jaar van tevoren aan te geven. Vlak voor invoering zal de gemeente via een verkeersbesluit de exacte omvang vaststellen”, geeft Emma aan. Anders Reizen bedrijven roepen gemeenten daarom op na het vaststellen van de zones zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over de omvang van het gebied. Dat geeft perspectief en duidelijkheid, zodat investeringsbeslissingen over o.a. elektrische bedrijfswagens en laadpaalvoorzieningen tijdig gemaakt kunnen worden. Door het beperkte aanbod van elektrische voertuigen zijn bedrijven genoodzaakt om hun wagenparken gefaseerd te vervangen.

Dia1.jpg

Emma doet als laatste nog een oproep: “De transitie naar een duurzamer Nederland gaat door. Wacht niet af wat regel- en wetgeving gaat doen en pak zelf de leiding in de overstap naar elektrisch rijden.” 

Tijdens de volgende bijeenkomst gaan we in gesprek met Robert van den Hoed van het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur. Samen kijken we hoe we de nationale laadinfrastructuur kunnen versnellen op de plekken waar grote behoeften vanuit de bedrijven zit.